
In 1947 stuurde een zekere Roelof een ansichtkaart naar mejuffrouw Jongerius te Rijnsburg. Op de voorkant prijken twee mensen in Urker klederdracht: een vrolijk lachende vrouw en een ietwat schuchter ogende jongeman.
Mejuffrouw Jongerius moet een sentimenteel hart hebben gehad, want de kaart werd zorgvuldig bewaard. Uiteindelijk belandde ze, tientallen jaren later, op een veilingsite voor verzamelaars van oude ansichtkaarten. Dat die bestaan, wist ik tot dan toe niet eens.
Hoe dan ook, in januari 2024 — bijna 77 jaar nadat de kaart was verstuurd — stuitte ik er bij toeval op. Mijn verloofde wilde graag (ten dele) in Urker dracht trouwen, dus zocht ik naar voorbeelden. Deze afbeelding gaf me kippenvel.
De lachende vrouw zou zomaar mijn overgrootmoeder kunnen zijn, al kan ik dat niet met zekerheid zeggen. Maar de schuchtere jongeman… dat is mijn opa.
Ik heb mijn opa nooit mogen ontmoeten. In 1954 bleef hij, samen met drie broers, een neefje en nog een aantal andere mannen, op zee. Hun lichamen en het wrak van het pas in de vaart genomen vissersschip, de UK 174, zijn nooit teruggevonden. Mijn moeder — toen pas een paar maanden oud — en mijn oma bleven achter.
Mijn opa en oma waren nog maar kort getrouwd. Het was, zoals dat vroeger werd gezegd, ‘een moetje’; mijn oma was al zwanger van mijn moeder. Veel foto’s van mijn opa bestaan er niet. Juist daarom maakte deze onverwachte vondst, een onbekend beeld van hem op een oude ansichtkaart, me zo blij.
Van mijn opa weet ik bitter weinig. Af en toe vang je ergens een flard op. Waar veel mannen van zijn generatie de klederdracht al hadden afgezworen, droeg hij die nog wel. Hij zou een geduldig man zijn geweest, uren en uren werkte hij aan een vissersbootje dat hij minutieus uit hout sneed.
Hoe het ook zij, zijn verlies sloeg diepe wonden. Mijn oma vond later gelukkig opnieuw liefde bij een hele fijne man. Toch bleef de band tussen mijn moeder en haar moeder wezenlijk anders dan die met haar andere dochters.
Ongetwijfeld zal ik aan de hand van een aantal spulletjes hier nog eens verder bij stilstaan.
Reply